Website

 

Jacobus van der Steen

het zwarte schaap in de familie

Jacobus Daandels van der Steen stapt net voor het middaguur in zijn nieuwe pak over de drempel van het Bossche stadhuis naar buiten. Het is donderdag - marktdag - de vierde oktober van het jaar 1798. Het niet koud vandaag, zo'n 15 graden. Onder de heldere hemel staat recht voor het stadhuis een houten schavot met een galg opgesteld. De Raad van de stad 's-Hertogenbosch heeft een gewapende burgerwacht van 24 man opgetrommeld om het volk op afstand te houden. Naast Jacobus wordt ook Johannes van Rooij naar dat schavot gevoerd. Zojuist heeft het gerecht in het stadhuis het vonnis in het openbaar voorgelezen. Beiden zijn ze veroordeeld door de scherprechter te worden gestraft "met het koord tot de dood er op volgt", tot de galg dus.

Zo ongeveer zag het tijdelijk schavot met de galg
er op de Markt van 's-Hertogenbosch uit

De schepenen staan op het bordes van het stadhuis om het vonnis te zien voltrekken. Als het voorbij is halen twee dienders de dode lichamen van Jacobus en Johannes van de galg af. Zon tien jaar daarvoor zouden ze nog naar de Vughtse hei gebracht zijn om te worden tentoongesteld. Maar inmiddels - nu veranderingen door de verlichting eindelijk merkbaar worden - worden ze netjes in een kist gelegd. De dienders zullen ze zo op een kar naar de begraafplaats brengen - achter de Sint Jan - om ze daar in een hoekje, speciaal voor criminele begrafenissen, te begraven.

Het Janskerkhof achter de Sint Jan

Jacobus kwam uit het nabijgelegen Boekel en was die dag 44 jaar. Hij liet een vrouw en negen kinderen na. Johannes was 27, kwam uit Schijndel en had een vrouw en een jong kind. Diefstallen, hoewel vooral van voedsel, waren de reden dat ze nu opgehangen waren. Het was vrij onschuldig begonnen maar toen ze eenmaal 's nachts op gewelddadige wijze mensen overvielen in hun huizen en ze ze onder bedreiging beroofd hadden was dat reden voor de hoogste straf. Als afschrikwekkend voorbeeld voor iedereen die vandaag toekeek of er van zou horen waren ze nu aan de galg geindigd.

Doopinschrijving van Jacobus van der Steen, Boekel op 22 november 1753

Het waren onrustige tijden geweest. Boekel, niet eens zo heel ver van 's-Hertogenbosch, bevond zich in het Land van Ravenstein en dat was een onafhankelijk gebied dat niet bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hoorde. In de jaren 1792 en 1793 had Jacobus diefstallen 'over de grens' gepleegd waarna hij zich betrekkelijk veilig in het Land van Ravenstein kon terugtrekken. De buit bestond uit vaten haver, een zak rogge en een keer een schaap. Na de inval van de Fransen in september 1794 was die grens weggevallen. Maar nu maakten Jacobus en zijn trawanten juist gebruik van de onduidelijke oorlogssituatie in het land en ze trokken 's nachts rovend langs boerderijen.

Belegering 's-Hertogenbosch door de Fransen in september 1794


 Een gestolen kalf

Bijvoorbeeld eind mei 1795. Midden in de nacht had Johannes van Rooij alias het Jonge Baantje samen met Piet van den Hoogen en Jacobus van der Steen uit de stal van een boer in Boekel een kalf gestolen. Jacobus verklaart later als gevangene: "dat zij het kalf op de Heyde den hals afgesneeden, en het ingewand in een sloot aldaar geworpen hebben, dat zij vervolgens het kalf na des Gevangens huys hebben gebragt, het vel afgehaald en daarna het zelfde kalf gekookt en gegeeten hebben".

Jacobus' verklaring over het gestolen kalf

De boer en eigenaar van het kalf, Evert Jacobs, verklaarde voor de schepenen in Ravenstein dat hij op een morgen bij zijn stal kwam en "de deur van sijn stall ope sijnde gevonde heefft, die hij avonts te voore well toegemakt heefft gehadt". Als hij de openstaande stal inspecteert mist hij een kalf. Hij verklaart verder "datt hij daerop overall is gaen soeke nae sijn kalff, en een vers ingewand van een Calff in de weij van Jan Huypkens gevonde heefft tegen de heg, als ook hij bloet gevonden heefft, en terwijl hij seker dagt dat sulxs t bloet ende ingewant was van sijn Calff. Soo heefft denselve niet verders gesogt nae sijn kalff".

Verklaring over het gestolen kalf van boer Evert Jacobs

Boer Evert Jacobs onderstreept zijn grote verlies met de opmerking dat hij het kalf nog "voor geen dartien guldens soude hebbe wille vercoope, besonders omdat hij voornemens was t selve voor een kar ross optevoeden". Hij had het dus als waardevol trek-rund willen opleiden.


 Grof geweld

Maar het bleef niet bij het betrekkelijk onschuldige stelen van een kalf. Ze pleegden brutale overvallen waarbij bewoners van boerderijen in hun eigen huis midden in de nacht werden vastgebonden, geslagen, bedreigd en bestolen. Op n van die gelegenheden had Jacobus met geladen 'snaphaan' (een soort musket) de wacht gehouden. Hij verklaart dat zijn vrienden binnen na het inkomen in dat huys, de man met de hairen gevat, op het Bed gesmeeten, en den Handen en voeten zeer Straf gebonden, en met het aangezigt in een Kusse gelegt hebben, onder vreesselijke bedreygingen, dat als hij omkeek of zig roerde zij hem dan zouden schieten dat den Damp de Keel uytkwam. De buit lijkt met zoveel geweld in schril contrast te staan: vlas, brood, 15 pond boter en eieren...

Met een dergelijk musket met snaphaan lag Jacobus van der Steen op wacht

Een goed jaar na de Franse inval is het gezag grotendeels hersteld en worden in georganiseerde 'jachten' vele voortvluchtige misdadigers opgepakt. Tijdens een 'algemene dievenjacht' van oktober 1795 is Jacobus in Erp dat onder de Meierij van 's-Hertogenbosch valt. Hij heeft geen pas en wordt daarom opgepakt en naar de Gevangenpoort van 's-Hertogenbosch overgebracht waar hij op de avond van 21 oktober 1795 aankomt en in gijzeling wordt genomen.

Verklaring van Schout van Hanswijk over de wettigheid van de arrestatie tijdens de 'algemene dievenjacht' in oktober 1795

De Bossche Gevangenpoort bevond zich in een toen al zeer oude stadspoort van de eerste stadsmuur van 's-Hertogenbosch, precies tussen de Markt en het begin van de Hinthamerstraat. Vanwege de stadsuitbreiding werd dit gebouw niet meer als stadspoort gebruikt en daarom kon het nu als gevangenis dienen.

Voorbeeld van een poort die erg lijkt op de Bossche Gevangenpoort

Op 5 november 1795 vindt het eerste verhoor plaats. Het verslag van dit verhoor is helaas niet meer bewaard gebleven, maar wel de rekening voor bier en "vuur" (verwarming). Dat kost 16 stuivers. Die zullen later met Erp worden afgerekend. Omdat Jacobus dr gearresteerd is moet dat dorp voor alle kosten van de detentie opdraaien.

Het eerste verhoor van 5 november 1795 op de afrekening van de cipier

Er werd eind 18e eeuw eigenlijk redelijk aardig voor de gevangenen gezorgd. Het mytische 'water en brood' was er alleen als extra straf. De gevangenen kregen genoeg te eten, werden geschoren en kregen ook voldoende kleding die wekelijks gewassen werd en ze hadden dekens. Het martelen bij de verhoren was rond 1790 afgeschaft. Maar uiteraard waren de straffen die in het vooruitzicht lagen niet mals. Toen zich de gelegenheid voordeed nam Jacobus daarom de benen!


 Ontsnapping

Op 12 februari 1796 deed cipier Westerveld zijn normale ronde en daarbij hebben Jacobus en zijn celgenoot Adriaan Staakenburg (die enkele lakens van een bleekveld gestolen had) de cipier overmeesterd en vastgebonden. Jacobus is daarop zo snel mogelijk naar zijn vrouw en kinderen in Boekel gegaan, zo'n 30 kilometer verderop.

De kortste weg de stad uit vanaf de Gevangenpoort in de richting van Boekel

Nu Boekel in het Land van Ravenstein niet meer achter de grens ligt is Jacobus daar niet veilig voor de arm der wet uit 's-Hertogenbosch. Hij gaat daarom met zijn vrouw en negen kinderen nog weer zo'n 30 kilometer verder naar het oosten om net over de Maas bij Gennep in een gebied dat bij het Duitse Kleef hoorde te gaan wonen.

Toren van het gerecht in Kleef

Het helpt Jacobus niet: ook daar zijn Franse soldaten en die nemen hem om onduidelijke redenen gevangen en brengen hem naar Kleef. Ook daar zet het gerecht hem in de gevangenis, maar na enkele maanden wordt hij ook weer ontslagen. Waarschijnlijk waant hij zich inmiddels veilig en hij gaat terug naar zijn geboortegrond waar hij tussen Boekel en Erp een hut bouwt waar hij met zijn gezin gaat wonen. Het was een misrekening, want in zijn hut wordt hij ruim een jaar na zijn ontsnapping in de nacht van 9 op 10 april 1797 opnieuw gearresteerd en terug naar de Gevangenpoort in 's-Hertogenbosch gebracht.

Nieuwe verhoren in 1797


 Vrijwillige bekentenis

Inmiddels is ook zijn compaan Johannes van Rooij alias het Jonge Baantje gearresteerd en worden hun wandaden in diverse verhoren in hun volle omvang bij de Hoogschout Van Hanswijk van 's-Hertogenbosch duidelijk. Als de schout Jacobus op 6 september 1797 met de feiten confronteert ontkent hij die morgen alles. Maar 's middags terug in zijn cel bedenkt hij zich. Hij wordt opnieuw voor de hoogschout en twee Bossche schepenen gebracht en legt dan vrijwillig een volledige gedetailleerde bekentenis af over twaalf incidenten waarbij hij betrokken was.

"vrijwillig bekent en beleeden" de bekentenis van Jacobus van der Steen

Twee dagen later krijgt hij in zijn cel een nieuw hemd ter waarde van twee gulden en twee stuivers. Het lijkt haast een beloning. Jacobus blijft de volgende maanden in de gevangenis en de rentmeester van de Gevangenpoort houdt alle kosten die voor hem gemaakt worden zeer gedetailleerd bij. Sokken, klompen, een wambuis, de scheerbeurten, de was en het legen van de privaat-tonnen, alles komt op de afrekeningen. In augustus 1798 wordt Jacobus zo ziek dat de dokter er wekenlang diverse keren bij moet komen die een flinke hoeveelheid medicijnen voorschrijft. Op 28 september 1798 krijgt hij voor het laatst medicijnen voorgeschreven uit de apotheek van het Groot Ziekengasthuis.

Afrekening Gevangenpoort


 Vonnis

Op die 28e september 1798, bijna anderhalf jaar na zijn bekentenis wordt in de vierschaar in het Bossche stadhuis het vonnis tegen zowel Jacobus als Johannes uitgesproken. Ze worden allebei op last van Hoogschout Van Hanswijk door de raad uit naam van het volk van de Bataafse Republiek ter dood veroordeeld. Ze voldoen namelijk aan de vijf vereisten om deze hoogste straf te krijgen. Ze hebben gestolen:

  1. in de nacht
  2. met twee of meer personen
  3. via braak
  4. met wapens
  5. en met (dreiging van) geweld.

De vonnisboeken van de Bossche vierschaar

Wegens hun bewezen wandaden zullen de gevangenen "gebragt worden ter plaatse alwaar men binnen deze stad gewoon is de executie van de crimineele justitie te doen, om aldaar voor den meester van den scherpe gerechte met de koorde te werden gestraft, dat er de dood na volgt, dat vervolgens het doode lichaam zal worden afgenomen en behoorlijk op eene voor zodanige lichamen geschikte plaats begraaven".

Uit het vonnis van de Bossche vierschaar

Ze ontvangen 2 maal 24 uur geestelijke bijstand na hun 'doodsaanzegging' en Jacobus ontvangt op 1 oktober zelfs nog een 'nieuw' gebruikt pak, een rok en een broek van maar liefst vier gulden. Blijkbaar moet hij er goed uitzien als op 4 oktober het vonnis zal worden uitgevoerd.


 Terechtstelling

Op 4 oktober 1798 worden beide gevangenen opnieuw naar de vierschaar gebracht. Nu om in het openbaar hun vonnis te horen uitspreken. Ze worden direct naar buiten gevoerd waar ze voor het stadhuis opgehangen worden. Op de afrekening verschijnen kosten voor de kist, de grafdelver en de dienders die de lijken moeten afnemen en begraven. Alles komt ten laste van de gevangenen zelf. En dat wil in dit geval van onvermogende gevangenen zeggen van de gemeente waar ze gearresteerd waren. Het komt Erp te staan op de lieve som van 658 gulden, 17 stuivers en 12 penningen. Pas in 1803 voldoet Erp aan 's-Hertogenbosch het laatste bedrag!

Vierschaar in het stadhuis van 's-Hertogenbosch

Een van de schepenen die toekeek bij de uitvoering van het vonnis en die blijkbaar belast was met de gang van zaken rond de Gevangenpoort, is vice president Van Rijn. Hij was ook aanwezig bij het verhoor en de bekentenis van Jacobus en hij heeft er die week bij de rest van de raad voor gepleit dat de gewapende burgerwacht de orde zou bewaken op die vierde oktober, in plaats van het leger. Omdat alles zo ordelijk verlopen is en de burgerwacht zich zo keurig gedragen heeft (kennelijk noemenswaardig) laat hij op vrijdag 5 oktober in de notulen van de raadsvergadering een eervolle vermelding voor die burgerwacht optekenen.

Uit het schepenboek van 's-Hertogenbosch; de gewapende burgerwacht wordt unaniem gelauwerd en honorabel genoemd in de notulen.

Daarmee komt een roemloos einde aan het leven van Jacobus van der Steen. Zijn vrouw en negen kinderen dragen de schande hun verdere leven met zich mee. In alle aktes waarin de kinderen de dood van hun vader moeten bewijzen staat dat ze dat niet kunnen omdat er geen bewijs van een Christelijke begrafenis is omdat hun 'vader in 's-Hertogenbosch is overleden' hetgeen in die tijd voor een goed verstaander duidelijk genoeg moet zijn geweest.

Voor Schout van Hanswijk had de gemeente 's-Hertogenbosch zo'n 200 jaar later nog een verrassing: in een nieuwbouwwijk in de jaren negentig van de twintigste eeuw is een plein naar hem vernoemd.

Het Schout van Hanswijkplein

 



             

Deze pagina werd geprint van de website van de familie Wagenbuur
's-Hertogenbosch - Utrecht
e-mail: - website: www.wagenbuur.nl