Website

 

Jan Wagenbuur en Betje van Teijlingen

Johannes Franciscus Theodorus Wagenbuur I;
zoon van J.F. Wagenbuur en A.L. Danz

Johannes Franciscus Theodorus Wagenbuur

Geboren in Amsterdam
op 27 februari 1865

Overleden in Utrecht
op 29 maart 1945

geboorteakte Johannes Franciscus Theodorus Wagenbuur Overlijdensakte Johannes Franciscus Theodorus Wagenbuur

Gehuwd in Amsterdam
op 1 mei 1902
met: 

huwelijk Joh. Fr. Th. Wagenbuur en E.S. van Teijlingen

Elisabeth Sophia van Teijlingen;
dochter van E.S. van Teijlingen

Elisabeth Sophia van Teijlingen (hier 103 jaar oud)

Geboren in Amsterdam
op 21 maart 1877

Overleden Broek in Waterland
op 28 oktober 1980

geboorteakte Elisabeth Sophia van Teijlingen Overlijdensakte Elisabeth Sophia van Teijlingen

(Pleeg)kind:

  1. Zoon: Franciscus Johannes van der Mark (1894-1915)

 

Betje Wagenbuur

Betje Wagenbuur, zoals Elisabeth Sophia van Teijlingen na haar huwelijk met Johannes Franciscus Theodorus Wagenbuur in 1902 heette, is ruim 103 jaar oud geworden. Dat was in 1980 voor het landelijke dagblad "de Telegraaf" reden om een interview met haar te publiceren. Hieronder volgt de integrale tekst. Beide bovenstaande foto's verschenen bij het onderstaande artikel. Helaas was er in 2002 geen betere afdruk van de foto meer te krijgen. De foto bevindt zich niet meer in het archief.

 

De Telegraaf, Zaterdag 5 april 1980

Betje Wagenbuur
van 103 ging in
bejaardentehuis

"Nu ben ik nog gezond. Straks willen ze me niet meer"

door: Yvonne Laudy

Krasse dame de trots van Broekerhaven

 

BROEK IN WATERLAND, zaterdag

Langzaam maar zeker raakt mevrouw Elisabeth Wagenbuur-van Teijlingen verzoend met het denkbeeld dat ze de rest van haar leven zal slijten in Broekerhaven, een vriendelijk ogend bejaardentehuis aan de rand van Broek in Waterland. Mevrouw Wagenbuur is 103 jaar. Net als de Koningin, zegt ze, merkte ze een maand of wat geleden dat haar krachten begonnen af te nemen.

Vr die tijd was het onderwerp "bejaardentehuis" in haar aanwezigheid taboe. "Nee", daar ben ik niet geschikt voor", zo kapte ze steevast de discussie, wanneer achternicht mevrouw Barendina Kroon -ook al weer vijftig en een van de weinige familieleden, die haar nog resten -het precaire onderwerp tijdens haar trouwe bezoeken maar weer eens voorzichtig aansneed, toch welongerust, wanneer ze haar hoogbejaarde oud-tante daar in dat dierbare, maar ouderwetse woninkje aan het Amsterdamse Lutherhof zag rondscharrelen, tevergeefs de spookbeelden van wat er allemaal mis kon gaan, indien "tante" eens wat vergeetachtig mocht worden, uit haar gedachten bannend.

Geen priv

Een paar maanden geleden gaf " tante" zich opeens gewonnen, redenerend: "Nu ben ik nog gezond. Als me straks wat mankeert willen ze me niet meer in het bejaardentehuis... dan moet ik naar een verpleeghuis... lig ik daar met z'n zessen op een zaal, heb ik helemaal geen priv meer, geen eigen spulletjes meer om me heen...". Nagewuifd door de hofgenoten, met tranen in de ogen, heeft Betje Wagenbuur onlangs afscheid genomen van Amsterdam en is ze, zich vastbijtend in de gedachte dat je in het leven altijd vooruit moet kijken, naar Broek in Waterland vertrokken, waar directrice mevrouw De Moed haar n warm welkom bereidde, stralend van trots dat Broekerhaven nu zo'n vitale 103-jarige onder zijn dak huisvest.

Haar komst heeft heel wat teweeggebracht in het bejaardentehuis. Zo voelde de heer Piet Klok, met zijn 90 jaar nu op n na de oudste, zich toch een beetje van de troon gestoten, al laat hij dat liever niet merken; anderen, die dachten dat hun dagen geteld waren, putten weer nieuwe hoop uit haar krasse verschijning, haar opgeruimde karakter. Zonder zich daarvan bewust te zijn is ze de bezienswaardigheid van bet huis geworden. "Die van 80, die zien er nog ouder uit dan u", zo is haar al van bevoegde zijde ingefluisterd.

Verzorgd

"Hoofdzaak is", vindt de achternicht van mevrouw Wagenbuur, "dat "tante" zich nu verzorgd weet, dat ze iemand kan bellen als er onverhoopt iets gebeurt, dat ze haar eten opgediend krijgt, dat haar was wordt gedaan". "Mij hoor je niet mopperen of klagen", zegt de 103-jarige, rap van tong. Ze heeft die ochtend zelf koffie gezet, op het elektrische komfoortje, waarop ze, als een ondeugend schoolkind, ook al eens een kalfsbiefstukje heeft gebraden, "wat eigenlijk niet mag", waarschuwt ze eerlijkheidshalve. Ze zit in een stoel bij het raam, uitkijkend op de spitsdakige huisjes, waar de bejaarde echtparen van Broekerhaven wonen. Veel te zien is er niet. "Dat was in Amsterdam wel even anders", lacht ze, "daar keek ik uit op twee scholen. Zat ik altijd naar de kinderen te kijken en de moeders, dat brak de dag".

Die ochtend tegen elven heeft ze er eigenlijk al een halve dag opzitten. Doorgaans stapt ze om vijf uur, na een doorwaakte nacht, het bed uit. "Ik heb niet meer zoveel slaap nodig. In bed word ik maar ongedurig, om de twee uur word ik wakker, dan ga ik hier maar wat hij het raam zitten".

Aan- en uitkleden doet ze, tot grote verbazing van de Broekerhaven bejaardenverzorgsters, zelf. "Kan ik tenminste zelf beslissen, wanneer ik ga slapen en wanneer ik opsta. Als de zuster s ochtends binnenkomt zit ik al kant en klaar achter een kopje koffie".

Kieskeurig

Ze heeft een blauwe deux-pices aangetrokken, met een wit met zwarte blouse. Op d'r kleding is ze nog erg kieskeurig, weet mevrouw Kroon te vertellen: "Op een modeshow, kortgeleden gehouden in de conversatiezaal, heeft ze nog een heel duur pakje gekocht: lichtgroen, heus geen zwart hoor, want aan dat soort kleuren heeft ze een hekel".

Een teugje van haar koffie nemend, zegt mevrouw Wagenbuur kritisch: "Die kon beter". Ze mist het wel, het koffie drinken met iemand, die zomaar langs komt, zoals dat in Amsterdam het geval was. "Ik vrg ze wel", zegt ze, "maar ze komen niet. Ik geloof dat ze hier liever naar de conversatiezaal gaan, een verdieping lager, maar omdat ik niet meer zo erg goed ter been ben, kom ik daar niet zo gemakkelijk toe". Ze voelt zich een beetje een buitenbeentje, legt ze in bedekte termen uit, een Amsterdamse onder Broekers, die elkaar allemaal kennen. "Dat valt me wel tegen, dat ik hier nooit eens iemand zie. Vooral de zondagen duren lang, die kruipen voorbij. Dan brengen ze me 's ochtends wel naar beneden, maar na een half uurtje zit ik daar in mijn eentje, en dan ga ik maar weer naar boven, want die wordt gehaald door zijn dochter, die door d'r brer...". Haar achternicht, handenwringend: "Tja, dat is een heel probleem. Kijk, we hebben een stacaravannetje, ons bootje, daar wil je toch ook wel eens naar toe, en je moet toch ook aan je man en kinderen denken". "Was Frans er nog maar", verzucht mevrouw Wagenbuur, wie niets ontgaat, "hij zou nu zeventig zijn geweest, hadden we nu nog wat kunnen rondtoeren met de auto".

Frans is de pleegzoon, die ze op zijn zestiende bij zich in huis nam en die 21 jaar oud aan tbc overleed. "Wij hadden geen kinderen, mijn man en ik", zegt ze, "we woonden in een groot bovenhuis aan de Meeuwenlaan, met drie slaapkamers. Hij kwam voor tijdelijk, maar toen de zusters hem terug wilden halen, wou hij niet meer bij ons vandaan. Zijn vader was een dronkaard. Thuis kreeg hij niet te eten. Ach, het was zo'n lieve jongen. Ik ben van de hel in de hemel. gekomen, zei hij altijd".

Echtgenoot Jan, oud-strijder in Indi, later controleur op de marinewerf op Kattenburg, stierf 36 jaar geleden, 80 jaar oud. "Het was in de hongerwinter", zegt ze, "hij had het aan zijn hart, daar hebben ze nu apparaatjes voor, maar toen nog niet. Ik had niets meer. De radio, het vloerkleed, alles hadden we weggegeven om eten te kopen. Zijn enige broer is ook al overleden, heel onverwacht, zeventien jaar geleden*. Ach, dat zijn van die nare dingen, daar doe je toch niets aan...".

Op een tafeltje prijkt in een ovaal lijstje een foto van knappe Jan Wagenbuur. Aan de muur hangen twee Indische panelen, het goede leven in Indi verbeeldend, ingelegd met parelmoer en ivoor. "Had hij helemaal voor me meegebracht", zegt ze. Op een tafel staat een ingelijste foto van Elisabeth Wagenbuur als jonge vrouw.

Liefhebberij

"Toen werkte ik nog op de Keizersgracht bij Jonkheer Van Lennep. Die deed in koffie en thee uit Indi. Ik was er eerst tweede meisje, later werd ik eerste keukenmeid, want koken, daar heb ik altijd liefhebberij aan gehad. Vreselijk zo druk als ik het had. 's Zomers kwamen ook nog mevrouw d'r zuster en haar man en drie kinderen, de baboe en de Engelse kinderjuf. Dat werd me toch te veel, toen heb ik ontslag genomen, maar ik was al weer heel vlug ergens anders aan het werk, want ik was flink van gestalte, ik kon heel wat werk verzetten. Ach, ik heb het altijd goed gehad, altijd voldoende eten en drinken, op de oorlogsjaren na. En ik hield van hard werken. Dat is een heel verschil met tegenwoordig. Nu geloven ze het wel, maar toen, die mevrouwen wisten het ook wel, die waren nogal precies.

Het redderen zit haar nog in de vingers. Ze kan het niet laten. In haar kamer, annex halletje-keuken en badcel neemt ze zelf stof af, ruimt de kastjes op, verzorgt de plantjes, houdt de administratie bij, schrijft brieven naar Nieuw-Zeeland, waar de zuster van pleegzoon Frans woont, en dat in heel mooie krulletters. "Alleen verstelwerk dat lukt me niet meer zo goed, daar ben je mooi zoet mee als er iets stuk is".

Als ze, zoals nu, bij het raam zit, neemt ze graag een boek ter hand. Van slapen overdag moet ze niets hebben. Op de tafel ligt Ernest Claes' "Pastoor Campens zaliger", uit de bibliotheek van Broekerhaven, gedrukt in extra grote letters, "Mooi, maar moeilijk, in het begin" is haar oordeel, Veel afleiding bezorgt haar de grote kleurentelevisie met afstandbediening. "Als ik die niet had zou ik helemaal vereenzamen" zegt ze. "Want ik zie hier bijna niemand. Dat is het ergste als je zo oud word als ik. Er is geen sterveling meer over om herinneringen mee op te halen. De mensen hier, dat zouden mijn kinderen kunnen zijn. Maar tja, wat doe je er aan. Ik zal me er maar niet druk over maken. We zien wel".

 

*hier wordt gesproken over een broer die zou zijn overleden, maar waarschijnlijk wordt een neef bedoeld, die inderdaad in 1963 overleed en exact dezelfde namen had als de broer, die echter al in 1946 was overleden..

 



             

Deze pagina werd geprint van de website van de familie Wagenbuur
's-Hertogenbosch - Utrecht
e-mail: - website: www.wagenbuur.nl